ECLI:NL:RBNNE:2020:1696
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- D.M. Schuiling
- C.H. de Groot
- M. Nieuwenhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijzondere bijstand voor bewindvoering wegens onvoldoende individuele belangenafweging
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de gemeente Groningen om de aanvraag van bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering af te wijzen. De onderbewindgestelde is vanwege zijn lichamelijke en geestelijke gesteldheid onder bewind gesteld. De gemeente stelde dat de Gemeentelijke Krediet Bank (GKB) als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt.
De rechtbank oordeelt dat artikel 12, vierde lid, van het VN Verdrag Handicap niet rechtstreeks toepasbaar is omdat het niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is. Wel erkent de rechtbank dat de onderbewindgestelde binnen de doelgroep van het Verdrag valt.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij de persoonlijke en individuele omstandigheden van de onderbewindgestelde heeft meegewogen, zoals zijn lichamelijke en geestelijke toestand, dakloosheid, middelengebruik, en wisselende woonplaatsen. Hierdoor is het besluit niet zorgvuldig genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de gemeente op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden. Tevens wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten van de eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van bijzondere bijstand wordt vernietigd.