De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 1 mei 2020 het verzoek om een voorlopige voorziening van Stichting Vlietvaardig tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van een monumentaal kantoorpand in een appartementencomplex.
Verzoekster stelde dat de vergunning in strijd was met de redelijke eisen van welstand en het belang van monumentenzorg, alsmede dat de vergunningverlening niet voldeed aan het bestemmingsplan en onvoldoende rekening hield met stikstofdepositie en vleermuisbescherming. De rechtbank oordeelde dat de adviezen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit de vergunningverlening deugdelijke basis boden en dat de belangen van monumentenzorg niet werden geschaad.
Verder werd vastgesteld dat de afwijking van het bestemmingsplan met een goede ruimtelijke onderbouwing en binnen de discretionaire bevoegdheid van het college viel, zonder strijd met een goede ruimtelijke ordening. De bezwaren over stikstofdepositie en natuurbescherming werden verworpen op basis van rapportages en voorschriften. De rechtbank concludeerde dat er geen grond was voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting vanwege de coronamaatregelen en bindt de rechtbank in een bodemprocedure niet. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.