Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 25 mei 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats 1] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor [woonplaats 2] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Omschrijving van de navordering
eerste lid, van de AWR, wat verweerder niet heeft gedaan. Eisers beroepsgrond faalt.
in de aangiftengedaan moet worden. Nu ook [voormalig partner van eiser] het volledige bedrag van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen heeft opgegeven in haar aangifte is er geen sprake van een onderlinge verhouding. De wet schrijft dan de door verweerder in de navorderingsaanslag neergelegde verdeling – ieder de helft – voor.