De rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 mei 2020 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan dementie. De crisismaatregel is bedoeld voor personen met een psychische stoornis volgens de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene verblijft momenteel in een accommodatie te Groningen.
Tijdens de zitting, die telefonisch plaatsvond vanwege de coronamaatregelen, werd vastgesteld dat betrokkene niet bereid was om gehoord te worden. De psychiater gaf aan dat het gedrag van betrokkene voortvloeit uit dementie, een stoornis die niet onder de Wvggz valt maar onder de Wet zorg en dwang (Wzd). De keuze voor de crisismaatregel was ingegeven door de beschikbaarheid van een Wvggz-geregistreerde accommodatie, niet door de aard van de stoornis.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet toewijsbaar is omdat betrokkene niet lijdt aan een psychische stoornis in de zin van de Wvggz. De afwijzing volgt daarom op grond van het toepassingsgebied van de wet. Tegen deze beschikking staat cassatie open.