ECLI:NL:RBNNE:2020:2163
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- B.I. Klaassens
- H.H.A. Fransen
- R. Depping
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van 400 euro wegens medeplichtigheid aan Opiumwet overtreding
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 juni 2020 uitspraak gedaan in een zaak tegen veroordeelde, die werd verdacht van medeplichtigheid aan een overtreding van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet. De officier van justitie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingediend, waarbij het bedrag werd vastgesteld op 400 euro.
Tijdens de zitting van 26 mei 2020 werd vastgesteld dat veroordeelde een bedrag van 400 euro had ontvangen voor werkzaamheden die verband hielden met het telen van hennepplanten, namelijk het repareren van een aggregaat en het knippen van hennep. Deze verklaring werd ondersteund door een verklaring van een medeverdachte en het vonnis van de meervoudige kamer.
De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel terecht op 400 euro werd vastgesteld en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op acht dagen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. B.I. Klaassens.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €400,- aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.