ECLI:NL:RBNNE:2020:2165
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- B.I. Klaassens
- H.H.A. Fransen
- R. Depping
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van €20.000 wegens medeplichtigheid aan hennepkwekerij
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 juni 2020 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die medeplichtig werd bevonden aan een hennepkwekerij. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €20.000, gebaseerd op verklaringen van de veroordeelde en het strafdossier.
Tijdens de zitting werd onder meer het rapport met voorlopige berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel besproken, evenals diverse verhoren van de veroordeelde en getuigenverklaringen. De veroordeelde gaf aan dat hij het achterste gedeelte van zijn schuur ter beschikking stelde voor de kwekerij en daarvoor een vergoeding ontving, hoewel hij niet altijd het volledige bedrag van €5.000 per maand kreeg.
De verdediging stelde dat de veroordeelde maximaal €12.332 had ontvangen, gebaseerd op bankafschriften, maar de rechtbank achtte het aannemelijk dat ook contante bedragen niet op de bankrekening waren gestort. De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel ten minste €20.000 bedroeg.
De rechtbank wees het draagkrachtverweer af omdat er geen concrete aanwijzingen waren dat de veroordeelde niet zou kunnen betalen. Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht werd veroordeelde verplicht tot betaling van €20.000 aan de staat. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 135 dagen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €20.000 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.