De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1989, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis, ADHD en middelengebruik met recidiverende psychotische episodes en agressieve impulsen.
Hoewel het verzoekschrift niet tijdig was ingediend, oordeelde de rechtbank dat de wetgever aan deze termijnoverschrijding geen sanctie heeft verbonden, waardoor het verzoek inhoudelijk werd beoordeeld. Uit de medische verklaringen en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.
De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is. De duur van de machtiging is vastgesteld op zes maanden, met een beperking dat insluiting per keer maximaal zes weken mag duren. Het verzoek tot aanvullende maatregelen werd afgewezen.
De beschikking werd op 15 juni 2020 mondeling gegeven en op 17 juni 2020 schriftelijk ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.