ECLI:NL:RBNNE:2020:2356
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang van Iraanse echtscheiding
De vrouw en man zijn in 2011 in Iran getrouwd en in 2017 in Nederland gescheiden, maar volgens Iraans recht zijn zij nog gehuwd. De vrouw vordert medewerking van de man aan de Iraanse echtscheiding, maar de man weigert dit ondanks een convenant en een vonnis van december 2019 met dwangsommen.
De vrouw vraagt nu de rechtbank om het vonnis van 6 december 2019 ten uitvoer te leggen door middel van lijfsdwang, omdat andere dwangmiddelen geen effect hebben gehad en de man geen vermogen heeft waarop dwangsommen kunnen worden verhaald. De vrouw stelt dat zij door het voortduren van het Iraanse huwelijk ernstig wordt belemmerd in haar persoonlijke leven.
De rechtbank oordeelt dat de man onwillig is en dat lijfsdwang het ultimum remedium is dat gerechtvaardigd is. De termijn voor lijfsdwang wordt gemaximeerd op twaalf maanden. De man wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar niet op alle dagen en uren zoals gevorderd.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang van het vonnis tot medewerking aan de Iraanse echtscheiding, met een maximale gijzelingstermijn van twaalf maanden.