Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de moeder
5.Het standpunt van de GI
6.Het standpunt van de pleegmoeder/meeleefmoeder
7.De beoordeling
8.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De moeder verzocht de vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) die vanwege het coronavirus de omgang met haar kind tijdelijk had beperkt. De aanwijzing was gebaseerd op het beleid van REIK en de kwetsbare gezondheid van het pleeggezin. De rechtbank oordeelde dat het e-mailbericht als schriftelijke aanwijzing moet worden gezien, maar dat de uitzonderlijke omstandigheden van de coronacrisis een minder strenge voorbereiding rechtvaardigen.
De GI had de omgang beperkt tot videobellen vanwege gezondheidsrisico's van pleegouders met astma en overgewicht. De moeder stelde dat de aanwijzing onvoldoende was gemotiveerd en dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank vond de belangenafweging echter deugdelijk en de aanwijzing gerechtvaardigd gezien de overheidsmaatregelen en het beleid van REIK.
De rechtbank stelde vast dat de schriftelijke aanwijzing inmiddels feitelijk was ingetrokken omdat er een fysiek omgangsmoment was gepland. Vervolgens stelde de rechtbank een omgangsregeling vast waarbij de omgang eenmaal per drie weken op zaterdag bij de moeder thuis plaatsvindt, met een aangepaste planning in de zomervakantie. Het belang van het kind bij contact met de moeder prevaleert boven het belang van het pleeggezin bij een aaneengesloten vakantieperiode.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing af en stelt een omgangsregeling vast waarbij fysieke omgang eenmaal per drie weken plaatsvindt.