ECLI:NL:RBNNE:2020:2399
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van Opiumwet
Op 23 juni 2020 heeft de burgemeester een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden harddrugs. Verzoekster, huurder van de woning, maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de inval op 2 maart 2020 trof de politie aanzienlijke hoeveelheden cocaïne, MDMA en amfetamine aan, evenals weegschalen, versnijdingsmateriaal en contant geld. De burgemeester baseerde de sluiting op artikel 13b van de Opiumwet, dat sluiting toestaat bij handel in drugs in woningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting in overeenstemming is met het gemeentelijke beleid, dat handelshoeveelheden als ernstige situatie kwalificeert. Hoewel er minderjarige kinderen in de woning wonen, is dit op zichzelf geen reden om van het beleid af te wijken, zeker omdat de burgemeester zorg heeft gedragen voor ondersteuning bij vervangende huisvesting.
De rechtbank concludeert dat de burgemeester bevoegd was en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.