Op 18 juni 2019 beraamde verdachte samen met medeverdachten een overval op een supermarkt in Groningen. Zij waren gekleed in donkere kleding, droegen wapens en liepen richting de winkel, maar keerden om voordat het misdrijf werd voltooid. De rechtbank achtte het begin van uitvoering bewezen, maar concludeerde dat verdachte vrijwillig is teruggetreden en sprak hem vrij van poging afpersing.
De rechtbank verklaarde echter bewezen dat verdachte medepleegde aan de voorbereiding van de afpersing, waaronder het voorhanden hebben van kleding, wapens en vervoermiddelen bestemd voor het misdrijf. Vrijwillige terugtred werd voor dit feit verworpen. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzetheling van een bromfiets, waarvan hij wist dat deze door misdrijf was verkregen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie maanden en een werkstraf van 40 uur, met bijzondere voorwaarden en toezicht van de jeugdreclassering. Een vordering tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke jeugddetentie omgezet in een werkstraf.