Uitspraak
hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI),
hierna te noemen [minderjarige] .
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de belanghebbende
5.De beoordeling
6.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van de Gecertificeerde Instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die vanwege de coronacrisis vervroegd volledig thuis is geplaatst bij de moeder. De kinderrechter constateert dat de machtiging tot uithuisplaatsing op grond van artikel 1:265c, derde lid, BW is komen te vervallen omdat de minderjarige al meer dan drie maanden bij de moeder verblijft en de GI de plaatsing op de behandelgroep heeft beëindigd.
De GI had verzocht om verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling, met als doel het verblijf in de weekenden op de behandelgroep te hervatten en uiteindelijk weer toe te werken naar volledig verblijf thuis. De moeder voert verweer dat het goed gaat met de minderjarige thuis en dat ambulante hulpverlening passend is. Zij betwist de geldigheid van het verlengingsverzoek omdat de machtiging is vervallen.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging niet verlengd kan worden zonder een nieuw verzoek, gezien de wettelijke bepalingen en de feitelijke situatie. Hoewel er zorgen zijn over de minderjarige, zijn er geen incidenten geweest sinds de thuisplaatsing. De kinderrechter benadrukt het belang van overleg tussen de GI en de moeder over passende hulpverlening. Het verzoek tot verlenging wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat de minderjarige al meer dan drie maanden thuis verblijft en de machtiging is vervallen.