Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het verstekvonnis van deze rechtbank d.d. 10 april 2019;
- de verzetdagvaarding.
2.De beoordeling
1.074,00(1,0 punt × tarief € 1.074,00)
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele verzetzaak stelde de opposant tijdig verzet in tegen een verstekvonnis van 10 april 2019. De opposant betoogde dat de Nederlandse rechter onbevoegd was omdat zij geen verzekeraar is, maar een bureau dat schade regelt binnen het groene kaart-stelsel. De geopposeerde stelde dat de Nederlandse rechter wel bevoegd was op grond van Verordening (EU) Nr. 1215/2012.
De rechtbank overwoog dat het voor de bevoegdheid doorslaggevend is of de opposant als verzekeraar moet worden aangemerkt. Gezien de aard van de opposant en de niet weersproken stellingen, concludeerde de rechtbank dat de opposant niet als verzekeraar kan worden beschouwd. Hierdoor is de Nederlandse rechter niet bevoegd en dient de Oostenrijkse rechter de zaak te behandelen.
De rechtbank vernietigde het verstekvonnis, verklaarde zich onbevoegd, en veroordeelde de geopposeerde in de proceskosten. Tevens werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het verstekvonnis en verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.