Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Een blauwe pet van het merk Australian is aangetroffen bij de verdachte [verdachte] . Ik, verbalisant, heb op 15 mei 2019 de aangever een foto gestuurd van de betreffende pet. De aangever reageerde hierop door te zeggen dat de pet 100% zijn pet was.
Ik doe aangifte van diefstal. Het weggenomene behoort mij geheel in eigendom toe.
Op 13 mei 2019 hebben mijn man en ik onze auto, een Renault Clio, in de parkeergarage neergezet aan de Ossenmarkt te Groningen. Omstreeks 18:00 uur hebben wij de spullen die wij hadden gekocht in de kofferbak gelegd. Wij hadden de volgende goederen aangeschaft: 1x korte damesbroek, 1x lange damesbroek, 1x dames shirt, 1x herenshirt (alles bij Jeans Centre). Verder hebben wij (bij een Ziengs winkel) nog schoenen gekocht van het merk Bjorn Borg en zwart van kleur.
1 korte damesbroek, 1 lange damesbroek, 1 dames T-shirt en 1 heren T-shirt. Deze goederen zijn allemaal aangetroffen bij de verdachte [verdachte] . Tevens weggenomen 1 paar herenschoenen van het merk Björn Borg. Deze werden gedragen door verdachte [medeverdachte].
1 Fles rum van het merk captain Morgan en 6 flesjes speciaalbier zijn aangetroffen bij verdachte [verdachte] . Een doosje brillenpoetsdoekjes van het huismerk Trekpleister is aangetroffen bij verdachte [medeverdachte].
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
1 primair Diefstal
2 primair Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel
3 primair Diefstal
4. Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
Primair Zware mishandeling
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Inbeslaggenomen goederen
Benadeelde partij
Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 552 dagen
een gedeelte, groot 270 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer 1]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 127,50(zegge: honderd zevenentwintig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2019. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.