ECLI:NL:RBNNE:2020:258
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen WIA-aanvraag wegens ontbrekende gegevens
Eiser heeft op 3 december 2018 een WIA-uitkering aangevraagd. Verweerder (UWV) heeft de aanvraag aanvankelijk niet in behandeling genomen omdat eiser niet binnen de gestelde termijn aanvullende gevraagde medische gegevens overlegde. Eiser maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en voerde onder meer aan dat hij al sinds 2016 ziek was gemeld en dat het UWV niet tijdig had gereageerd.
Het bezwaar werd bij het bestreden besluit van 17 juni 2019 gegrond verklaard, waarna de aanvraag alsnog in behandeling werd genomen. Eiser was het hier niet mee eens en stelde dat het UWV misbruik van recht maakte en dat hij recht had op een dwangsom vanwege de lange duur van de procedure en het niet tijdig reageren op zijn ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht was gegrond verklaard en dat de inhoudelijke beoordeling van de WIA-aanvraag aan het UWV is. De rechtbank zag geen misbruik van recht door het UWV en stelde vast dat het bestreden besluit binnen de wettelijke termijn was genomen, waardoor geen dwangsom verschuldigd was. Ook wees de rechtbank de vordering tot vergoeding van kosten af omdat eiser dit niet met objectiveerbare stukken had onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat de bezwaarprocedure buiten de grenzen van deze procedure valt. Eiser kan tegen het bestreden besluit nog in bezwaar en beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV de WIA-aanvraag alsnog in behandeling neemt zonder dat een dwangsom verschuldigd is.