De eiser, eigenaar van een vennootschap onder firma die budgetbeheer en fiscale adviezen verzorgt, vordert een straat- en contactverbod tegen zijn oud-medewerker, die wordt verdacht van verduistering van bankpassen en pincodes van cliënten. De medewerker was ontslagen en had een contactverbod opgelegd gekregen, maar bezocht het kantoor ondanks dit verbod.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het contactverbod een zware inbreuk op de bewegingsvrijheid inhoudt en beperkt daarom de reikwijdte tot de directe omgeving van het woonhuis van de eiser en het kantoor van de vennootschap. De oud-medewerker stemt hiermee in en erkent geen contact meer te wensen.
De rechtbank wijst het verzoek tot machtiging tot tenuitvoerlegging met politie-inzet en lijfsdwang af, omdat dit niet proportioneel is. De dwangsom wordt vastgesteld op €250 per overtreding met een maximum van €10.000. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.