Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De standpunten van partijen
4.De beoordeling
5.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De man verzocht de rechtbank om de kinderbijdrage, vastgesteld in 2017, met ingang van 20 november 2018 op nihil te stellen vanwege zijn toelating tot de WSNP en het ontbreken van draagkracht. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man de rechter-commissaris moest verzoeken het vrij te laten bedrag (VTLB) te verhogen met de kinderbijdrage, vanwege een klemmend tekort in de behoefte van de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek vanwege de gewijzigde omstandigheden door de WSNP. De rechter-commissaris had het verzoek om verhoging van het VTLB afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat er een klemmend tekort was. De rechtbank trad niet in de beslissing van de rechter-commissaris en wees het verzoek van de vrouw af om de kwestie opnieuw te laten beoordelen.
De rechtbank achtte de man niet draagkrachtig om kinderalimentatie te betalen gedurende de WSNP en stelde de kinderbijdrage daarom op nihil met ingang van 20 november 2018. Eventueel te veel ontvangen bijdragen hoeven niet te worden terugbetaald. Na beëindiging van de WSNP herleeft de oorspronkelijke kinderbijdrage.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt met ingang van 20 november 2018 en zolang de WSNP van toepassing is op nihil gesteld.