Op 20 juli 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Westerkwartier de woning van verzoeker voor zes maanden gesloten vanwege een hennepkwekerij in een schuur op het perceel. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting op te schorten.
De voorzieningenrechter overweegt dat de sluiting noodzakelijk is gelet op de omvang van de kwekerij, maar dat de belangenafweging onvoldoende is gemotiveerd. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker, waaronder het wonen met een partner en een baby van zes maanden, zijn niet adequaat betrokken.
Daarom wordt het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.