Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 augustus 2020 in de zaak tussen
[verzoekster] , te Groningen, verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
De feiten
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster, exploitant van een horecagelegenheid in Groningen, maakte bezwaar tegen een besluit van verweerder om het café te sluiten vanwege overtredingen van de COVID-19 Noodverordening. De sluiting volgde op een waarschuwing na constatering van onder meer het openhouden van een dansvoorziening en het niet naleven van de 1,5 meter afstandsregel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder bevoegd is op grond van de Gemeentewet en de Wet Veiligheidsregio's om maatregelen te treffen ter handhaving van de openbare orde en ter beperking van het gevaar van verspreiding van COVID-19. Het rapport van de toezichthouder onderbouwt de overtredingen voldoende, en de verklaringen van verzoekster en haar medewerkers zijn onvoldoende om dit te weerleggen.
Hoewel het besluit op sommige punten karig gemotiveerd is, is dit onvoldoende om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De belangenafweging pleit voor afwijzing, waarbij het belang van de volksgezondheid zwaarder weegt dan de financiële belangen van verzoekster. Het verzoek tot schorsing van het besluit wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het besluit tot sluiting van het café wordt afgewezen.