ECLI:NL:RBNNE:2020:2835
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Uitstel van voorwaardelijke invrijheidsstelling wegens onvoldoende medewerking veroordeelde
De veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen van zes weken en zes jaren. Na eerdere herroeping van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling vordert het openbaar ministerie uitstel van deze invrijheidsstelling wegens onvoldoende medewerking van de veroordeelde aan de voorwaarden.
De reclassering rapporteert een hoog risico op recidive, vooral door het gedrag en het netwerk van de veroordeelde, die zich niet bereid toont mee te werken aan voorwaarden en zich intimiderend opstelt in de penitentiaire inrichting. De officier van justitie wijzigt de vordering tot uitstel van 90 dagen, gezien de gemotiveerde medewerking van de veroordeelde.
De verdediging betwist het rapport deels en pleit voor afwijzing of een korter uitstel van 30 dagen. De rechtbank oordeelt dat het recidiverisico onvoldoende kan worden beperkt zonder voorwaarden en dat de veroordeelde aanvankelijk niet bereid was mee te werken. Gezien de huidige motivatie en praktische vereisten acht de rechtbank een uitstel van 90 dagen passend.
De rechtbank wijst de vordering toe en stelt de voorwaardelijke invrijheidsstelling uit voor 90 dagen om de reclassering de gelegenheid te geven een plan van aanpak op te stellen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorwaardelijke invrijheidsstelling uit voor de duur van 90 dagen wegens onvoldoende medewerking en hoog recidiverisico.