ECLI:NL:RBNNE:2020:2849

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 augustus 2020
Publicatiedatum
19 augustus 2020
Zaaknummer
C/17/161131 / HA ZA 18-132
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht inzake verkoop 2e klasse producten Hartman-concern in faillissementsprocedure

In deze civiele procedure in reconventie tussen de curator in het faillissement van een besloten vennootschap en de vereffenaars van de nalatenschap, heeft de rechtbank Noord-Nederland op 19 augustus 2020 een tussenvonnis gewezen. De procedure in conventie is geschorst, terwijl de curator de procedure in reconventie heeft overgenomen.

De rechtbank draagt de curator op om te bewijzen dat in de periode van 1 januari 2007 tot 30 juni 2017 aanzienlijk meer 2e klasse producten door het Hartman-concern zijn verkocht dan in de administratie is verantwoord, waarbij het niet-verantwoorde gedeelte meer dan incidenteel is. De curator krijgt de gelegenheid om te bepalen hoe het bewijs geleverd zal worden, hetzij door bewijsstukken, hetzij door getuigenverhoor of andere middelen.

Indien gekozen wordt voor getuigenverhoor, zal dit plaatsvinden onder leiding van de rechter-commissaris mr. C.M. Telman, met een voorafgaande regiezitting via Skype om de planning en efficiëntie te bespreken. Beide partijen dienen hun verhinderingen voor oktober door te geven. Alle verdere beslissingen worden aangehouden tot nadere instructies worden gegeven in een volgend vonnis.

Deze uitspraak regelt daarmee de bewijsopdracht en het verdere verloop van het bewijsproces in een complexe faillissementsprocedure met meerdere partijen en vereffenaars.

Uitkomst: De curator krijgt opdracht bewijs te leveren over de verkoop van 2e klasse producten en het bewijsproces wordt nader geregeld met aanhouding van verdere beslissingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/161131 / HA ZA 18-132
Vonnis van 19 augustus 2020 in reconventie
in de zaak van
MR. H.C. LUNTER Q.Q.,
handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres in reconventie, Beheer A],
kantoorhoudende te [woonplaats] ,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.J.W. Hemmes te Drachten ,
tegen

1.[verweerster in reconventie sub 1, (echtgenote van bestuurder)] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
[verweerder in reconventie sub 2, bestuurder 4],
wonende te [woonplaats] ,
3.
[verweerder in reconventie sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
4.
[verweester in reconventie sub 4],
wonende te [woonplaats] ,
5.
[verweerster in reconventie sub 5],
wonende te [woonplaats] ,
6.
[verweerder in reconventie sub 6, vertegenwoordigd door verweerster in reconventie sub 5 en haar echtgenoot],
wonende te [woonplaats] ,
7.
[verweerster in reconventie sub 7, vertegenwoordigd door verweerster 5 en haar echtgenoot],
wonende te [woonplaats] ,
gezamenlijk handelend in hun hoedanigheid van gezamenlijk vereffenaars van de nalatenschap van
[bestuurder 1],
verweerders in reconventie,
advocaten mr. W. Mollema en mr. R.S. van der Spek te Leeuwarden.
Eiseres in reconventie zal hierna de curator genoemd worden en [Beheer A] zal met [Beheer A] worden aangeduid. Verweerders in reconventie zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als de vereffenaars.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure (in reconventie) blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 15 april 2020,
  • de akte van de vereffenaars van 27 mei 2020,
  • het bericht van de curator van 24 juni 2020 dat zij de procedure overneemt.
1.2.
Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling in reconventie

2.1.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de processtukken, waaronder haar tussenvonnis van 15 april 2020 (verder te noemen: het tussenvonnis). De rechtbank neemt over wat zij in het tussenvonnis heeft overwogen en beslist. Zoals in dat vonnis vermeld is de procedure in conventie van rechtswege geschorst.
2.2.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank de vereffenaars, [Beheer A] en de curator in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het vervolg van de procedure in reconventie naar aanleiding van het faillissement van [Beheer A] . De curator heeft vervolgens de procedure in reconventie van [Beheer A] overgenomen.
2.3.
De rechtbank zal daarom nu overgaan tot het opdragen van bewijs aan de curator conform rechtsoverweging 7.59. van het tussenvonnis. De curator zal met het oog hierop in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren. De rechtbank overweegt nu alvast dat in het geval dat zal gebeuren door middel van het horen van getuigen, de bij dit vonnis te benoemen rechter-commissaris kort na de akte uitlating door de curator tijdens een regiezitting (via Skype) met partijen zal bespreken hoe dit getuigenverhoor op efficiënte wijze kan plaatsvinden. Daarbij zal ook aan de orde komen wanneer de verhoren gepland kunnen worden. Afgaande op de inhoud van het rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche valt immers niet uit te sluiten dat een groot aantal getuigen door partijen voorgebracht zal worden. Na deze regiezitting zal opnieuw vonnis worden gewezen met daarin opgenomen de nadere instructies voor partijen ten behoeve van het getuigenverhoor.
2.4.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
in reconventie
3.1.
draagt de curator op te bewijzen:
dat er in het tijdvak van 1 januari 2007 tot 30 juni 2017 aanzienlijk meer 2e klasse producten door het Hartman-concern zijn verkocht dan verantwoord is in de administratie van het Hartman-concern en wel in een zodanige omvang dat het gedeelte dat niet in de boeken is verantwoord meer dan puur incidenteel was,
3.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
2 september 2020voor uitlating door de curator of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,
3.3.
bepaalt dat de curator, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
3.4.
bepaalt dat indien de curator getuigen wil laten horen, dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde
mr. C.M. Telman in het gerechtsgebouw te Leeuwarden aan Zaailand 102,
3.5.
bepaalt dat voorafgaand aan het getuigenverhoor een regiezitting met partijen (via Skype) zal plaatsvinden ten overstaan van de rechter-commissaris;
3.6.
bepaalt dat beide partijen in het geval de curator getuigen wil laten horen, op de rol van
2 september 2020hun verhinderdata moeten opgeven voor de maand oktober ten behoeve van de regiezitting;
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman, mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en mr. T.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2020. [1]

Voetnoten

1.type: 698/ah