ECLI:NL:RBNNE:2020:2911
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming loonkosten NOW wegens niet tijdige loonaangiftecorrectie
Verzoekster diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de NOW, welke door het UWV werd afgewezen omdat zij geen loonkosten had aangegeven in de loonaangifte over januari 2020 of november 2019. De loonaangifte werd later gecorrigeerd, maar deze correcties waren ingediend na de harde peildatum van 15 maart 2020 zoals bepaald in artikel 10, vijfde lid, van de NOW-regeling.
Verzoekster voerde aan dat de fout in de loonaangifte het gevolg was van een accountant en dat zij te goeder trouw had gehandeld. Zij deed een beroep op redelijkheid en billijkheid en stelde dat haar situatie uitzonderlijk was. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de peildatum een harde grens is waar niet van kan worden afgeweken en dat de regeling bewust geen hardheidsclausule bevat.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster zelf verantwoordelijk is voor de juiste invulling van de loonaangifte, ook bij gebruik van een accountant. De fout van de accountant kan niet leiden tot een afwijking van de peildatum. Er was geen sprake van een uitzonderlijke situatie die maatwerk zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen de afwijzing van de NOW-aanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.