Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 november 2019;
- het proces-verbaal van comparitie van 26 februari 2020;
- het B16 formulier van Zilveren Kruis van 22 juni 2020.
Rechtbank Noord-Nederland
Zilveren Kruis, als zorgkantoor, vordert terugbetaling van ruim €105.000 aan persoonsgebonden budget (PGB) dat aan de budgethouder is verstrekt over de jaren 2012 tot en met 2014, omdat onvoldoende verantwoording is afgelegd. De budgethouder stond sinds 2016 onder bewind en mentorschap vanwege zijn onvermogen om zelf verantwoording af te leggen.
De rechtbank oordeelt dat de bewindvoerders als formele procespartij moeten worden beschouwd en dat de formele rechtskracht van de beschikkingen vaststaat. Echter, de rechtbank vindt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Zilveren Kruis tot terugvordering overgaat, zeker omdat de budgethouder geen misbruik wordt verweten en dezelfde zorg is geleverd als in andere periodes.
Daarom wordt de vordering van Zilveren Kruis afgewezen en draagt iedere partij haar eigen proceskosten. De rechtbank gaat niet in op de vraag of de Richtlijn Terugvorderen Betalingen Trekkingsrecht PGB van toepassing is of op eventuele matigingsgronden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Zilveren Kruis tot terugvordering van PGB af wegens onaanvaardbaarheid en bewindvoering.