Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 april 2020,
- de akte uitlating, tevens akte eiswijziging, van W&T,
- de akte van TFFG.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele zaak tussen W&T Hart Advies B.V. en The Fruit Farm Group B.V. staat de uitleg van een overeenkomst van borgtocht centraal, mede in het licht van het faillissement van de hoofdschuldenaar Hareko B.V. W&T vordert betaling van TFFG op grond van borgtocht nadat in een eerdere procedure tussen W&T en Hareko een vordering van €420.000,- plus rente en kosten is vastgesteld, maar waarbij verrekening met een tegenvordering van Hareko nog niet definitief is beslecht.
De rechtbank stelt vast dat de borgtochtovereenkomst een leemte bevat voor de situatie waarin een bindende beslissing over de vordering is genomen in een tussenvonnis en Hareko vervolgens failliet is gegaan. De overeenkomst regelt niet expliciet hoe in dat geval de borg aangesproken kan worden. De rechtbank vult deze leemte aan door aansluiting te zoeken bij de redelijkheid en billijkheid en de bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat TFFG pas kan worden veroordeeld tot betaling nadat in de procedure in reconventie tegen W&T een definitieve beslissing is genomen over de verrekeningsvordering van Hareko. Tot die tijd wordt de zaak naar de parkeerrol verwezen en wordt iedere verdere beslissing aangehouden. Tegen dit vonnis kan tussentijds hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De zaak wordt naar de parkeerrol verwezen en verdere beslissing aangehouden totdat in de procedure in reconventie een beslissing is genomen.