Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
1. De door verdachte ter zitting van 25 augustus 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 17 december 2019, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 december 2018, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1]:
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 december 2019, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2]:
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2019, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant]:
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen beeldverslag d.d. 23 december 2019, opgenomen op pagina 56 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van camerabeeldspecialist [naam]:
7. Een Forensisch Geneeskundig Letselverslag met benoeming d.d. 16 december 2019, opgemaakt en ondertekend door S.P.H. Letmaath, Arts Maatschappij en Gezondheid, Forensisch arts KNMG (los in het dossier), voor zover inhoudend, als zijn/haar geneeskundige verklaring:
8. Een deskundigenrapport Brandtechnisch onderzoek naar aanleiding van een incident in Meppel op 17 december 2019 afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (NFI) d.d. 16 juli 2020, opgemaakt door ir. J.H.L.M. Lelieveld, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
een gedeelte, groot 10 maanden), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de
proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[slachtoffer]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
3.482,50(zegge: drieduizend vierhonderdtweeëntachtig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2019.
[slachtoffer]voor het overige niet ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer]te betalen een bedrag van
€ 3.482,50(zegge: drieduizend vierhonderdtweeëntachtig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2019, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 44 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 1.482,50 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.
[slachtoffer]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.