ECLI:NL:RBNNE:2020:3125
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot tussentijdse beëindiging ISD-maatregel wegens noodzaak voortzetting
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 11 september 2020 uitspraak gedaan over een verzoek tot tussentijdse toetsing van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel opgelegd aan de veroordeelde in november 2017. De ISD-maatregel is gestart op 2 maart 2018 en zou duren tot 3 december 2020.
De raadsman van de veroordeelde verzocht om beëindiging van de maatregel omdat er geen behandeling meer plaatsvindt en de enige overgebleven doelstelling de veiligheid van de maatschappij is, die naarmate de maatregel langer duurt minder zwaar weegt dan het belang van resocialisatie. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat voortzetting noodzakelijk blijft vanwege het agressieve gedrag van de veroordeelde en gepleegde delicten tijdens onttrekkingen aan de maatregel.
Uit het rapport van de penitentiaire inrichting en de toelichting van de deskundige bleek dat de veroordeelde zich meerdere keren aan de maatregel onttrok, waarbij hij een strafbaar feit pleegde en een gevangenisstraf van 14 maanden uitzat. Na overplaatsingen vanwege agressie weigert hij mee te werken aan begeleiding en behandeling, maar de beveiliging van de maatschappij blijft een zwaarwegend belang.
De rechtbank oordeelt dat de hoofddoelstelling van de ISD-maatregel, bescherming van de maatschappij en beëindiging van recidive, nog steeds niet is bereikt. Het feit dat behandeling niet of niet volledig plaatsvindt door toedoen van de veroordeelde doet hieraan niet af. Daarom wordt het verzoek tot beëindiging van de maatregel afgewezen en wordt de voortzetting van de ISD-maatregel als noodzakelijk beschouwd.
Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en voortzetting is noodzakelijk.