ECLI:NL:RBNNE:2020:3206
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Noord-Nederland, stellende dat deze vooringenomen zouden zijn. Tijdens de zitting op 15 juli 2020 en de behandeling op 21 juli 2020 heeft verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren. Verzoeker baseerde zijn verzoek onder meer op subjectieve gevoelens en de stelling dat hij 'de liefde' is, wat geen grond is voor wraking.
De wrakingskamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Verzoeker kreeg de mogelijkheid stukken aan het dossier toe te voegen via zijn raadsman, maar heeft dit niet concreet gedaan. De kamer concludeerde dat het wrakingsverzoek misbruikt werd als instrument om alle rechters te wraken, wat niet is toegestaan.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze strafzaak niet meer in behandeling worden genomen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak worden niet meer in behandeling genomen.