ECLI:NL:RBNNE:2020:3310
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening en gebrek aan gegronde partijdigheidsklacht
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Stenfert Kroese, rechter in een lopende zaak, omdat zij meende dat deze partijdig en vooringenomen was tijdens een telefonische zitting op 31 maart 2020. Verzoekster was het tevens oneens met het raadsrapport van de Raad voor de Kinderbescherming en vond dat haar reactie daarop niet was meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, aangezien verzoekster pas op 23 juni 2020 het verzoek deed, terwijl de vermeende partijdigheid haar al op 31 maart 2020 bekend was. Daarnaast ontbraken objectieve aanwijzingen voor partijdigheid of vooringenomenheid van mr. Stenfert Kroese.
Verzoekster voerde ook aan dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar standpunten toe te lichten tijdens de zitting, maar deze omstandigheden waren reeds bekend vóór het verzoek en konden daarom niet worden meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar wrakingsverzoek en wees het verzoek af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.