ECLI:NL:RBNNE:2020:3334
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangakkoord en beoordeling wettelijke schuldsaneringsregeling
Verzoeker heeft primair verzocht om een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet om schuldeisers te dwingen akkoord te gaan met een aangeboden schuldregeling. Subsidiair verzocht hij toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
De rechtbank stelt vast dat verzoeker een schuld van €58.783,82 heeft bij 20 schuldeisers, waarvan een deel weigert in te stemmen met het akkoord. Na het aanbod zijn bij de Belastingdienst nieuwe schulden ontstaan, waaronder omzetbelasting waarvoor geen afdracht is gedaan. De Belastingdienst en enkele andere schuldeisers weigeren daarom akkoord te gaan.
De rechtbank beoordeelt dat het verschil in uitkering tussen het minnelijk akkoord en de Wsnp minimaal is. Gezien de nieuwe schulden en het beperkte verschil in resultaat, wordt meer gewicht toegekend aan de waarborgen van de Wsnp, zoals toezicht en sancties. Daarom wordt het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. Het subsidiaire verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt bij afzonderlijk vonnis behandeld, waarbij verzoeker wordt verzocht binnen vier weken te laten weten of hij dat verzoek handhaaft.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen; toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt bij afzonderlijk vonnis beslist.