ECLI:NL:RBNNE:2020:3351

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
1 oktober 2020
Publicatiedatum
1 oktober 2020
Zaaknummer
18/920298-17
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 OpiumwetArt. 3a, vijfde lid Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid hennepteelt in verhuurde woning

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 1 oktober 2020 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van hennepteelt in een woning die hij verhuurde. Het openbaar ministerie had verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van september 2015 tot november 2017 betrokken was bij het telen, bereiden, verwerken en aanwezig hebben van hennep in de woning te Oranje.

Tijdens de terechtzitting van 17 september 2020 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om de betrokkenheid van verdachte te bewijzen. De verdediging sloot zich hierbij aan en betoogde eveneens dat er geen aanwijzingen waren voor betrokkenheid van verdachte bij de hennepteelt.

De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kon worden bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd gelast dat het in beslag genomen geldbedrag van €4.260 en de woning te Oranje aan verdachte worden teruggegeven. Mr. Wolfert was buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij hennepteelt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18.920298-17
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 1 oktober 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,
wonende [woonadres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 september 2020.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Veldman, advocaat te Amsterdam.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 15 september 2015 tot en met 23 november 2017 te Oranje, gemeente Midden-Drenthe en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of aanwezig gehad een grote hoeveelheid hennep en/of een groot aantal hennepplanten (van het geslacht Cannabis) en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,
zijnde hennep (telkens) een middel in de zin van artikel 1 van Pro de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten waaruit kan volgen dat verdachte betrokken was bij hennepteelt in de woning van verdachte in de periode dat verdachte de woning verhuurde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft zich in navolging van de officier van justitie op het standpunt gesteld dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat verdachte betrokken is geweest bij de hennepteelt in zijn woning in de ten laste gelegde periode.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Uit het dossier kan niet volgen dat verdachte betrokken is geweest bij hennepteelt in de door hem verhuurde woning in de ten laste gelegde periode.

In beslag genomen goederen

Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Dat leidt er toe dat het in beslag genomen geldbedrag en de in beslag genomen woning [adres] te Oranje aan hem moeten worden teruggegeven.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Gelast de teruggaveaan verdachte van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven
geldbedrag ad € 4.260,-- (vierduizend tweehonderd zestig euro) en de woning aan de [adres] te Oranje.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. de Bock, voorzitter, mr. E.C.M. Wolfert en mr. T.P. Hoekstra, rechters, bijgestaan door D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2020.
Mr. Wolfert is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.