Verzoeker diende een klacht in tegen de zorgaanbieder vanwege onrechtmatige insluiting in de periode van 2 mei tot en met 14 mei 2020 en vroeg om schadevergoeding. De zorgmachtiging stond maximaal drie keer één week insluiting toe, maar verzoeker was aaneengesloten langer gesepareerd. De zorgaanbieder stelde dat de insluiting zorgvuldig was en dat geen nadere beperkingen golden.
De rechtbank oordeelde dat de insluiting langer dan één week aaneengesloten onrechtmatig was, omdat geen schriftelijke motivering en uitreiking van de beslissing plaatsvond na elke week insluiting. Ook was er geen wettelijke grondslag voor de insluiting na 14 mei 2020, omdat de rechtbank niet tijdig had beslist op het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging.
De klacht over de periode 2 tot 14 mei werd gegrond verklaard en een schadevergoeding van €50 toegekend. Over de periode 15 mei tot 29 mei werd de klacht deels gegrond verklaard en een schadevergoeding van €350 toegekend, waarbij rekening werd gehouden met de onmachtige positie van de zorgaanbieder en de zorgvuldige omgang met verzoeker. Het verzoek van de zorgaanbieder over de periode 15 mei tot 2 juni werd afgewezen.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat cassatie open.