Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
en/of het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] .
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 oktober 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het plegen van seksuele handelingen met een achtjarig buurmeisje. Het slachtoffer heeft consistent en gedetailleerd verklaard over het incident dat plaatsvond op 10 juni 2019 in Kollum. De verklaring werd ondersteund door diverse onafhankelijke bewijsmiddelen, waaronder de vaststelling van de kleding van verdachte en zijn vieze knieën, passend bij de situatie zoals beschreven.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was, met name vanwege het ontbreken van DNA-sporen en tegenstrijdigheden in getuigenverklaringen. De rechtbank verwierp deze bezwaren en achtte het primair ten laste gelegde, het seksueel binnendringen, wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Bij de strafbepaling hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn psychische stoornissen en beperkte cognitie, en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank legde een voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden op met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan verplichte begeleiding en behandeling om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden voor begeleiding en behandeling.