Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
30 januari 2020 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
1 primair en 2 onder parketnummer 18/840081-18 en het onder 18/146586-19 bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
30 mei 2019, inhoudende de verklaring van [naam 3] namens [slachtoffer 5].
30 juni 2019 was ik ook aan het werk. Ik zag ineens vanuit de keuken twee personen naar binnen gaan. Ik zag dat zij capuchons over hun hoofden hadden. Ik zag ook dat ze naar de voorkant van de zaak renden. Ik kwam de keuken uit en zag dat ze naar [slachtoffer 1] waren gelopen. Ik zag dat de kleinere man de kassalade in zijn handen had. Ik zag dat de andere man in mijn richting kwam. Deze langere man pakte mij vast en ik hoorde hem zeggen, "ik wil de kluis, naar het kantoor, ik wil de kluis".
Afgeleid DNA-hoofdprofiel, [verdachte]. Matchkans DNA-profiel: kleiner dan 1 op 1 miljard.
Bewezenverklaring
[slachtoffer 2] hebben gericht en een arm met een mes om de nek van die [slachtoffer 1] hebben gebracht en een mes tegen de buik van die [slachtoffer 1] hebben geduwd en met twee messen in de handen ten overstaan van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], aan hen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], de woorden hebben toegevoegd (respectievelijk); “Geef geld of ik maak je dood” en “Ik wil de kluis. Naar het kantoor, ik wil de kluis";
en zijn vrouw [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededader met bedekte gezichten en elk gewapend met een mes de cafetaria [benadeelde partij 2] (gevestigd aan de [straatnaam]) zijn binnengetreden en het mes op die [slachtoffer 3] en zijn vrouw [slachtoffer 4], hebben gericht en een mes tegen de rug van die [slachtoffer 4], hebben aangedrukt en aan die [slachtoffer 3] en zijn vrouw [slachtoffer 4] hebben toegevoegd dat zij geld moesten geven en de woorden; “Kassa open, snel, open de kassa”;
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Motivering van straf en maatregel
- Psychiatrisch Pro Justitia rapport d.d. 25 november 2019 opgemaakt door H.M. van der Most van Spijk, kinder- en jeugdpsychiater;
- Psychologisch Pro Justitia rapport d.d. 28 november 2019 opgemaakt door
- Briefrapportage van Jeugdbescherming Noord d.d. 4 december 2019 opgemaakt door
- Uitgebreid advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 9 december 2019 opgemaakt door [naam 5];
- Briefrapportage van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 14 januari 2020 opgemaakt door [naam 5];
- Briefrapportage van Jeugdbescherming Noord d.d. 15 januari 2020 opgemaakt door
In beslag genomen goederen
Benadeelde partij
1.
[slachtoffer 3], tot een bedrag van € 300,- ter zake van materiële schade en € 1.600,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan;
2.
[slachtoffer 4], tot een bedrag van € 1.600,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
€ 1.000,- dient te worden toegewezen nu [slachtoffer 3] niet degene is geweest die is bedreigd met het mes. Daarbij vordert de officier van justitie oplegging van de schadevergoedings-maatregel zonder vervangende jeugddetentie, toepassing van de hoofdelijkheidsclausule en toepassing van de wettelijke rente.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op
16 maart 2018.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
1 primair en 2 onder parketnummer 18/840081-18 en het onder parketnummer 18/146586-19 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
een jeugddetentie voor de duur van 203 dagen.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigenvoor de duur van twee jaren
.
voor maximaal de duur van de proeftijd, waarbij veroordeelde zich houdt aan de huisregels en afspraken bij Forensisch Centrum aan ‘t IJ;
[slachtoffer 3]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.900,- (zegge: duizend negenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019.
[slachtoffer 3]te betalen een bedrag van € 1.900,- (zegge: duizend negenhonderd euro). Dit bedrag bestaat uit € 300,- aan materiële schade en € 1.600,- aan immateriële schade.
[slachtoffer 3]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
[slachtoffer 4]toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.600,- (zegge: duizend zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 april 2019.
[slachtoffer 4]te betalen een bedrag van € 1.600,- (zegge: duizend zeshonderd euro). Dit bedrag bestaat uit € 1.600,- aan immateriële schade.
[slachtoffer 4]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.