Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt;
Beoordeling van het bewijs
Op donderdag 23 april 2020, omstreeks 16:15 uur, zat ik samen met mijn collega [getuige 1] in een kantoorruimte bij [instelling 2] aan de [straatnaam] te Groningen. Ik keek achterom en zag dat [verdachte] over mij heen hing, ik voelde en zag op dat moment dat [verdachte] een arm met kracht om mijn keel heen sloot. Ik voelde dat zijn arm steeds strakker om mijn keel sloot. Ik voelde dat ik bijna geen lucht meer kreeg. Ik zag dat [getuige 1] probeerde [verdachte] van mij af te halen. Er ontstond op dat moment een worsteling. Ik voelde op enig moment een pijn in mijn lip, ik vermoed dat een van mijn tanden door mijn lip kwam, ik voelde een bonkende pijn. Ik voelde dat mijn keel ook pijn deed. Tijdens de worsteling heb ik [verdachte] meerdere malen horen zeggen: 'ik neem je te grazen' en 'wat zeg je tegen mij'. In de worsteling ben ik onder [verdachte] terecht gekomen. Mijn collega's hebben [verdachte] onder controle proberen te krijgen.
Wat ik met name voelde was druk op mijn adamsappel. Deze werd echt ingedrukt. Dat doet pijn en het voelt alsof je dicht aan het slibben bent.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2020, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend alsrelaas van verbalisant:
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , heb de beelden bekeken en zie het volgende: Om 16.16.41 zie ik 2 personen op bureaustoelen zitten in het voorportaal van de separeer tuin. Ik zie dat ze tegen over elkaar zitten. Ik zie vervolgens dat er een man binnen komt in grote versnelde passen. Deze man draagt een blauwt-shirt, nader te noemen verdachte. Ik zie dat de man in het blauwe T-shirt naar de persoon, nader te noemen aangever, gaat die met de rug naar hem toe zit. Ik zie dat hij dit in versnelde pas doet. Ik zie dat hij in 2 passen achter de aangever staat. Ik zie dat hij achter de aangever gaat staan en zijn linker arm om zijn nek slaat. Ik zie dat er vervolgens een worsteling ontstaat waarbij aangever op de bureaustoel zit en los
probeert te komen. Ik zie dat op het zelfde moment dat de persoon, nader te noemen getuige [getuige 1] , op de andere bureaustoel op staat en in versnelde pas naar verdachte en aangever gaat. Ik zie dat de getuige de verdachte van aangever los probeert te trekken. Ik zie dat hij de verdachte uit evenwicht brengt en dat ze met zijn drieën op de grond vallen. Ik zie dat de worsteling op de grond doorgaat. Ik zie dat de aangever onder de verdachte komt te liggen. Ik zie dat de getuige aan de verdachte trekt, kennelijk met de bedoeling om de aangever te ontzetten. Ik zie dat ze proberen de verdachte onder controle te krijgen, maar dat deze op de aangever blijft liggen. Ik zie dat om 16.17.15 uur een persoon komt binnen lopen en mee helpt om verdachte los te krijgen van aangever. Ik zie dat er nog een persoon komt binnenlopen en de voeten pakt van de verdachte. Ik zie dat er meerdere mensen binnen lopen en dat er in totaal 6 personen nodig zijn om de verdachte los te krijgen van de aangever en onder controle te krijgen.
Ik zat tegenover [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: aangever) en had zicht op de deuropening. Ik zag op enig moment [verdachte] de kamer in rennen. Ik hoorde [verdachte] roepen: 'Wat zeg jij allemaal'. Ik zag dat [verdachte] zijn arm om de keel van [slachtoffer 1] heen sloeg. Ik kreeg de indruk dat [slachtoffer 1] hierdoor geen lucht mee kreeg. Ik ben achter [verdachte] gaan staan en heb mijn arm om [verdachte] zijn keel heen geslagen om zo te proberen om hem van [slachtoffer 1] af te krijgen. We raakten in een worsteling en vielen hierbij op de grond. Ik zag dat [slachtoffer 1] onder [verdachte] terecht kwam. Ik hoorde [slachtoffer 1] roepen dat ik mijn alarm moest indrukken. Omdat ik [verdachte] vast had lukte dit niet direct, na een tijdje lukte dit wel en zag ik meerdere collega's de kamer in komen. Na een worsteling is [slachtoffer 1] onder [verdachte] vandaan gekomen.
Toen ik daar aankwam zag ik mijn collega [slachtoffer 1] op de grond liggen, met boven op hem de
patiënt en die had zijn arm om zijn nek heen geslagen en lagen verstrengeld. Er kwamen vervolgens meer collega's bij, een collega pakte zijn benen en een andere collega zijn andere arm, waardoor we de patiënt konden optillen. [slachtoffer 1] kon hierdoor onder de patiënt wegkruipen.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Motivering straf en maatregel
Benadeelde partijen
1. [slachtoffer 4] , tot een bedrag van € 400,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. Politie Noord-Nederland, tot een bedrag van € 348,67 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 230 dagen.
[slachtoffer 4]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 400,00(zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2020.
), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 8 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 400,00 aan immateriële schade.
Politie Noord-Nederlandtoe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 348,67(zegge: driehonderd en achtenveertig euro en zevenenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2020.