ECLI:NL:RBNNE:2020:3829
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging Belgische confiscatiebeslissing
De veroordeelde stelde beroep in tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische confiscatiebeslissing van €37.931, opgelegd door het Hof van beroep te Gent in verband met medeplegen van het telen van hennep. De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep ex artikel 27 van Pro de WWETGC en onderzocht of de officier van justitie in redelijkheid tot erkenning had kunnen komen.
De verdediging voerde aan dat fundamentele rechtsbeginselen waren geschonden omdat onduidelijk was hoe het bedrag was vastgesteld en dat de veroordeelde zich niet had kunnen verweren, wat volgens hen in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro. Ook werd gesteld dat de beslissing disproportioneel en onbegrijpelijk was in de zin van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank overwoog dat het wederzijdse vertrouwen tussen EU-lidstaten inhoudt dat er geen ruimte is voor toetsing van de buitenlandse rechtsgang en dat uit het certificaat en het arrest bleek dat de veroordeelde zich naar behoren heeft kunnen verdedigen.
De rechtbank verwierp de bezwaren tegen de hoogte en rechtmatigheid van het bedrag en oordeelde dat het certificaat leidend is voor de tenuitvoerlegging. De stelling dat het bedrag hoofdelijke oplegging betrof werd weerlegd door het arrest waaruit bleek dat sprake was van een pondspondsgewijze oplegging. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig waren en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.