Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Bovengenoemde aannemers en opdrachtgevers verklaren hierbij als volgt te zijn overeengekomen:
Sinds 1995 bestaat [naam B.V.] . Dit legt Robinabossen aan op landbouwgronden.
“Waarom geen collectief bos i.p.v. voor iedereen een stukje bos?
Na een omloop van 20 jaar valt er weer grond af, en elkaar jaar komt er weer zoveel bij. De gemeente kan na 20 jaar zeggen: ‘Weg met dat bos!’ Of ‘Leuk bos, laat maar staan!’ Om er zeker van te zijn dat we na 20 jaar mogen kappen, regelen we op voorhand vrijstelling (Boswet) en kapervergunning.”
Dus mijn bos voegt altijd 20 jaar toe. (…)”
op diverse percelen in totaal ter grootte van 203 ha”(zie 1.5). Klaarblijkelijk stonden de Robinia’s verspreid over de ruim 203 hectare grond. Door eiser is evenmin aannemelijk gemaakt dat sprake was van 46 hectare grond die zonder bewerking daarvan, geschikt was voor de teelt van landbouwgewassen. Tot slot neemt de rechtbank in ogenschouw dat de doelstelling van de verkopers was gericht op een zo hoog mogelijke productie van bomen. Ook in dat licht bezien ligt het voor de hand dat alle door hen gekochte grond in gebruik was als productiebos.