ECLI:NL:RBNNE:2020:3843
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens onvoldoende bewijs van betalingsonwil
De officier van justitie vorderde op grond van artikel 22 WWETGC Pro verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen veroordeelde vanwege een onbetaalde Belgische confiscatiebeslissing van ruim €221.000. De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak en hield diverse zittingen, waarbij zowel openbaar ministerie als verdediging stukken aanleverden en mondeling hun standpunten toelichtten.
De rechtbank onderzocht of sprake was van onwil of onvermogen tot betaling. Veroordeelde overhandigde financiële overzichten en verklaringen over de herkomst van gelden, ondersteund door verklaringen van familieleden en een verslag van een Viergesprek. De door het openbaar ministerie aangedragen incidenten uit 2017 en 2018 konden door veroordeelde redelijk worden verklaard.
Op basis van het dossier en de toelichtingen oordeelde de rechtbank dat onvoldoende was vastgesteld dat veroordeelde betalingsonwil had. De vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang werd daarom afgewezen. De beslissing werd op 16 september 2020 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang af wegens onvoldoende bewijs van betalingsonwil.