ECLI:NL:RBNNE:2020:3855
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging buitenlandse confiscatiebeslissing
De veroordeelde heeft beroep ingesteld tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebeslissing van het Hof van beroep te Gent uit 2015, waarbij een bedrag van €18.736,97 moet worden geïnd. Hij stelde dat hij nooit kennis had gekregen van de beslissing en dat deze nog niet onherroepelijk zou zijn.
De rechtbank beoordeelde het beroep op grond van artikel 27 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC). Uit het certificaat bleek dat de beslissing op 17 augustus 2016 persoonlijk aan de veroordeelde was betekend en dat hij binnen de gestelde termijn geen verzet of hoger beroep had ingesteld, ondanks duidelijke informatie over deze rechten.
De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie in redelijkheid tot erkenning had kunnen besluiten en verwierp het verweer van de veroordeelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.