ECLI:NL:RBNNE:2020:3859
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen dwangbevel inzake buitenlandse geldelijke sanctie ongegrond verklaard
Veroordeelde heeft verzet ingesteld tegen een dwangbevel dat is uitgevaardigd ter inning van een geldelijke sanctie opgelegd door Oostenrijk wegens een snelheidsovertreding. De sanctie betrof een bedrag van €130, vermeerderd met kosten, en werd onherroepelijk in april 2018. Nederland werd verzocht om erkenning en tenuitvoerlegging van deze sanctie, welke door de officier van justitie werd erkend en overgenomen.
Het CJIB heeft meerdere pogingen gedaan om het bedrag te innen door het sturen van aanmaningen en herinneringen naar het woonadres van veroordeelde. Na uitblijven van betaling is op 27 januari 2020 een dwangbevel uitgevaardigd. Veroordeelde voerde in zijn bezwaar aan dat de communicatie in het Duits was en dat dit een vormfout betrof, waardoor hij de sanctie niet wil betalen.
De rechtbank stelt vast dat zij niet mag toetsen aan de buitenlandse rechtsgang of de wijze van bekendmaking van de sanctie. Ook is geen sprake van verplichte of onredelijke facultatieve weigeringsgronden voor erkenning. Het CJIB heeft zorgvuldig gehandeld en de officier van justitie mocht in redelijkheid het dwangbevel uitvaardigen.
Daarom wordt het bezwaarschrift ongegrond verklaard. De rechtbank concludeert dat aan de vereisten van hoor en wederhoor is voldaan, ondanks het ontbreken van een zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en het dwangbevel blijft gehandhaafd.