Eiser, een docent met 39 dienstjaren, werd ontslagen nadat op zijn privételefoon circa 200 foto’s van minderjarige meisjes in badkleding werden aangetroffen. Verweerder stelde primair ongeschiktheid voor de functie en subsidiair gewichtige redenen als ontslaggrond. De rechtbank oordeelde dat de primaire ontslaggrond onvoldoende was gemotiveerd, onder meer omdat eerdere incidenten niet aantoonbaar waren en de aard van de foto’s onvoldoende werd toegelicht.
De politie vond geen strafbaar materiaal op de telefoon, en de rechtbank zag geen bewijs voor een seksuele connotatie die ongeschiktheid zou rechtvaardigen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het primaire besluit vernietigd. Voor de subsidiaire ontslaggrond oordeelde de rechtbank dat het openbaar worden van de fotoverzameling grote onrust veroorzaakte binnen de schoolgemeenschap, waardoor de positie van eiser als docent onhoudbaar werd.
De rechtbank vond dat verweerder redelijkerwijs tot ontslag op deze grond kon besluiten, mede vanwege de voorbeeldfunctie van een docent en de noodzaak van een veilige leeromgeving. Het beroep werd voor deze grond ongegrond verklaard. Verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verweerder geen overwegend aandeel had in de ontstane situatie. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.