ECLI:NL:RBNNE:2020:3957
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk aanwezig hebben van MDMA-kristallisatieafval
Op 24 mei 2018 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden in een loods te Zuidbroek met een vrieskist in hun bestelbus waarin circa 60 liter vloeistof met MDMA-kristallisatieafval werd aangetroffen. Verdachte en medeverdachte hadden het voornemen dit afval af te voeren. De rechtbank oordeelde dat zij het afval opzettelijk aanwezig hadden gehad, mede gelet op de geloofwaardige verklaringen van getuigen en het onwaarschijnlijke scenario van onwetendheid.
De verdediging stelde dat verdachte geen opzet had en was geluisd door derden, maar de rechtbank verwierp dit verweer op grond van de feiten, waaronder het gewicht van de vrieskist en de geur die verdachte rook. Het deskundigenrapport bevestigde de aanwezigheid van MDMA in het afval.
De rechtbank achtte verdachte strafbaar voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van het verboden middel en legde een taakstraf van 120 uur en een geldboete van €10.000 op. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, de schadelijke gevolgen voor volksgezondheid en milieu, en het financiële belang dat verdachte vermoedelijk had.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en bepaalde dat bij niet-nakoming van de taakstraf vervangende hechtenis van 60 dagen geldt, en bij niet-betaling van de boete 85 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een geldboete van €10.000 wegens opzettelijk aanwezig hebben van MDMA-kristallisatieafval.