ECLI:NL:RBNNE:2020:3958
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk aanwezig hebben van MDMA-kristallisatieafval
Op 24 mei 2018 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden in een loods te Zuidbroek waar zij een vrieskist in een bestelbus laadden. In deze vrieskist bevonden zich twee emmers met in totaal circa 60 liter vloeistof die positief getest werd op MDMA, een middel op lijst I van de Opiumwet.
Verdachte verklaarde dat hij geen opzet had en dat zij slechts afval en een vrieskist van een onbekende eigenaar hadden meegenomen zonder te weten dat deze illegale stoffen bevatte. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte en medeverdachte het kristallisatieafval bewust in hun machtssfeer brachten en het gewicht en geur van de inhoud hen bewust hadden moeten maken van de illegale aard.
De rechtbank achtte het voorwaardelijk opzet bewezen en verwierp het alternatieve scenario van onwetendheid. Gelet op de ernst van de feiten, de schadelijke gevolgen voor volksgezondheid en milieu en het financiële belang van verdachte, werd een taakstraf van 120 uur en een geldboete van €10.000 opgelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en bepaalde dat bij niet-nakoming van de taakstraf vervangende hechtenis van 60 dagen geldt, en bij niet-betaling van de boete 85 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 uur taakstraf en een geldboete van €10.000 voor het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA-kristallisatieafval.