Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
fn: 631)
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek tot voorlopige voorzieningen in een lopende echtscheidingsprocedure tussen de man en vrouw. De man verzocht op grond van artikel 223 Rv Pro om een bijdrage in zijn levensonderhoud en een gebruiksvergoeding voor de echtelijke woning. De vrouw verzocht zelfstandig om kinderalimentatie voor de minderjarige [kind 2] en directe betaling aan de meerderjarige [kind 1].
De rechtbank oordeelde dat verzoeken op grond van artikel 223 Rv Pro in echtscheidingsprocedures niet ontvankelijk zijn vanwege de uitputtende regeling van voorlopige voorzieningen in artikel 822 Rv Pro. Tevens werd het verzoek van de jongmeerderjarige [kind 1] afgewezen omdat artikel 822 Rv Pro alleen voorziet in bijdragen voor minderjarige kinderen.
De rechtbank berekende de behoefte van het minderjarige kind en de draagkracht van beide ouders. De man werd veroordeeld tot betaling van € 68,- per maand aan kinderalimentatie voor [kind 2]. Het verzoek van de man tot partneralimentatie werd afgewezen omdat de vrouw geen draagkrachtrest had. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter G.J. Baken op 29 januari 2020.
Uitkomst: Verzoek ex artikel 223 Rv niet-ontvankelijk, jongmeerderjarige niet-ontvankelijk, kinderalimentatie vastgesteld op €68 per maand, partneralimentatie afgewezen.