ECLI:NL:RBNNE:2020:4311
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in omgangszaak wegens vermeende vooringenomenheid en privacykwesties
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die belast was met een omgangszaak, waarbij hij stelde dat de rechter vooringenomen was en zijn privacy niet respecteerde door het gebruik van zijn e-mailadres voor een Skype-verbinding zonder toestemming.
De rechter gaf aan dat fysieke zittingen vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk waren en dat het gebruik van het e-mailadres alleen met toestemming zou plaatsvinden. Tevens werd een alternatieve conference call voorgesteld. De wrakingskamer oordeelde dat procesbeslissingen zoals het houden van een digitale zitting en het verbod op geluidsopnamen geen grond voor wraking vormen.
De kamer stelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat onwelgevallige of mogelijk onjuiste beslissingen op zichzelf geen wrakingsgrond zijn. Er waren geen objectieve factoren die de vrees vooringenomenheid van verzoeker rechtvaardigden.
Het wrakingsverzoek werd afgewezen en het verzoeker werd verboden om nogmaals een wrakingsverzoek in te dienen met dezelfde strekking. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.