Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
- wijst het verzoek af;
- bepaalt dat de procedures in de hoofdzaken (met zaaknummers C/18/195121 / FA RK
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker diende op 4 februari 2020 een wrakingsverzoek in tegen rechter Brekelmans in drie lopende procedures waarbij hij als partij betrokken is. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat rechter Brekelmans een eerdere beslissing had genomen die mede was gebaseerd op een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, waartegen verzoeker een klacht had ingediend. Verzoeker stelde dat de rechter hierdoor vooringenomen was en vroeg om excuses en het buiten beschouwing laten van het rapport.
De rechtbank overwoog dat uit vaste jurisprudentie volgt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker was niet voldoende. Daarnaast is een rechterlijke (tussen)beslissing, ook in civiele zaken, geen grond voor wraking en is wraking geen verkapt rechtsmiddel om beslissingen aan te vechten.
Verzoeker had inmiddels hoger beroep ingesteld tegen de beslissing waartegen hij bezwaar maakte, waardoor deze beslissing geen wrakingsgrond kon vormen. De rechtbank concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de lopende procedures worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 16 maart 2020 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Brekelmans is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.