Op 26 april 2017 werd bij een doorzoeking in een pand te Soesterberg een aanzienlijke hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen, waaronder 10,14 kilogram MDMA, 10 liter amfetamine en 77,44 kilogram hennep. Verdachte werd ervan verdacht deze middelen opzettelijk aanwezig te hebben gehad.
De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris, maar de rechtbank oordeelde dat dit vormverzuim geen bewijsuitsluiting rechtvaardigde omdat de doorzoeking mondeling was toegestaan en het pand geen woning bleek te zijn.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de drugs aanwezig had en dat hij wist van de illegale activiteiten in zijn bedrijfspanden. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, verminderd met de tijd in voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit, zijn persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot verbeurdverklaring van de in beslag genomen BMW af en gelastte de teruggave van de auto, het geldbedrag en de laptop aan de rechthebbenden.