Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesgang
1.De vaststaande feiten
Ben goed wakker he."
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak stond de opzegging van een duurovereenkomst tussen GLS, een pakketbezorger, en THS, een groothandel in kappersaccessoires, centraal. THS had tijdens de coronacrisis een automatische incasso van GLS gestorneerd en medewerkers onheus bejegend, waarna GLS de overeenkomst met een opzegtermijn van twee weken opzegde. THS stelde dat deze termijn onredelijk kort was en eiste schadevergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat de overeenkomst in 2017 was hernieuwd zonder opzegtermijn en dat THS destijds zelf zonder opzegtermijn had opgezegd. Gelet op deze feiten en de omstandigheden van het geval, waaronder de coronacrisis, vond de rechter een termijn van twee weken redelijk. THS had bovendien tijdig een nieuwe vervoerder gevonden en geen investeringen gedaan die terugverdiend moesten worden.
De vordering van GLS tot betaling van openstaande facturen en incassokosten werd toegewezen, terwijl de vordering van THS tot schadevergoeding wegens onrechtmatige opzegging werd afgewezen. Ook werd THS veroordeeld tot betaling van proceskosten. De kantonrechter concludeerde dat GLS niet onrechtmatig had gehandeld bij de opzegging.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat de opzegtermijn van twee weken redelijk is en veroordeelt THS tot betaling van openstaande facturen, rente en incassokosten, terwijl de schadevordering van THS wordt afgewezen.