Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[Eiser 1] ,
[Eiser 2],
[Eiseres 3],
[Eiseres 4],
[Eiseres 5],
[Eiser 6],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling op 17 december 2020
- de pleitnota van eisers
- de pleitnota van Zilveren Kruis.
2.De feiten
3.De vordering
4.Het geschil en de beoordeling daarvan
zorg" (cursivering voorzieningenrechter) valt de verstrekking van hulpmiddelen naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aan te merken als de in artikel 13 lid 5 Zvw Pro bedoelde zorg. Met artikel 13 lid 5 Zvw Pro wordt, gelet op de bedoeling van deze bepaling, naar het oordeel van de voorzieningenrechter een duidelijke koppeling gemaakt tussen de zorg en de persoon of instelling die deze zorg levert. Zilveren Kruis heeft er terecht op gewezen dat in het Besluit Zorgverzekering, dat de aard, inhoud en omvang van de prestaties uit artikel 10 Zvw Pro regelt, ten aanzien van andere vormen van zorg dan hulpmiddelenzorg een verband is gelegd met de hulpverlener die de zorg pleegt te bieden. In het geval van hulpmiddelenzorg is dat echter niet zo. Hulpmiddelenzorg wordt in artikel 2.9 omschreven als "bij ministeriële regeling aangewezen, functionerende hulpmiddelen en verbandmiddelen". Onder farmaceutische zorg daarentegen wordt blijkens artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering niet alleen terhandstelling verstaan maar ook "advies en begeleiding zoals apothekers die plegen te bieden ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik". Nu deze toevoeging bij hulpmiddelenzorg ontbreekt, geldt op grond van het Besluit Zorgverzekering dus niet een adviserende en begeleidende taak bij de uitgifte van hulpmiddelen. Eisers worden daarom niet gevolgd in hun stelling dat de verstrekking van hulpmiddelen onder de reikwijdte van artikel 13 lid 5 Zvw Pro valt.
€ 1.470,00