Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
mij dwong om brandende sigaretten uit te drukken over zijn gehele lichaam. Hij dwong mij hiertoe door de blik in zijn ogen en zijn houding. Als ik het niet zou doen dan zou hij me weer slaan. Ik heb toen dus meerdere brandende sigaretten op zijn lichaam uitgedrukt. Ik vond dit echt vreselijk om te doen, ik wilde dit niet doen,
Vanaf dat moment hadden we denk ik wel één keer per week ruzie. Ongeveer twee weken geleden waren we op stap geweest. Ik ben toen opgestaan en ik liep naar [verdachte]. Toen ik voor [verdachte] stond zag en voelde ik dat [verdachte] mij opzettelijk met zijn vlakke hand tegen mijn linkerwang sloeg. Ik voelde hierdoor pijn op mijn wang. Terwijl we het hierover hadden zag en voelde ik dat [verdachte] mij opzettelijk en met kracht tweemaal met een gebalde vuist tegen linkeroog sloeg.
Ik woon aan de [straatnaam] te Leeuwarden. Op zondag 10 november 2019 kort voor 4 uur in de ochtend werd ik wakker. Om 04.00 uur hoorde ik een soort gerommel in de flat naast ons. Het gerommel wat niet aan 1 stuk door, maar het was op en af. Alsof iemand hard tegen meubelstukken aan komt. Zo rond 04.50 uur had de ruzie in de woning van perceel 21b zich kennelijk verplaatst naar het trappenhuis. Ik hoorde een vrouwenstem en ze gilde. Ik hoorde dat ze 'au' riep.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 254 dagen
een gedeelte, groot 150 dagen), niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaar, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
[benadeelde partij]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
1.082,21(zegge: duizend en tweeëntachtig euro en eenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2019.