De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 21 april 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor voortgezet verblijf van betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke handicap en ernstige psychische stoornissen. Betrokkene verblijft reeds op grond van een eerdere machtiging tot voortgezet verblijf en is opgenomen bij een zorginstelling.
Uit de medische verklaringen, zorgplannen en mondelinge behandeling bleek dat betrokkene een complexe combinatie van psychiatrische en lichamelijke problematiek heeft, waaronder schizofrenie, autisme verwante stoornis, en sensorische beperkingen. Deze problematiek leidt tot ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk en geschikt is om dit ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Betrokkene verzette zich tegen de voortzetting, maar werd geacht onvoldoende in staat te zijn passende zorg te kiezen. De rechtbank overwoog dat de problematiek chronisch en blijvend is, waardoor een machtiging voor vijf jaar passend is.
De machtiging wordt verleend tot en met 21 april 2025. De beslissing werd mondeling gegeven door rechter G.J. Baken en schriftelijk uitgewerkt op 23 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.